Jubileum slinger Variant

Expertverhaal Ingrid Aaldijk

“De druk op het Waddensysteem
is enorm.”

Ingrid Aaldijk over de toekomst
van het vogelleven in het Waddengebied.

 

Natuur

Het Waddengebied is een onmisbare tussenstop op de Oost-Atlantische trekroute. Vogels strijken er neer om uit te rusten, op te vetten en te broeden. Vooral de broedvogels hebben het er zwaar. Lokale maatregelen werpen hun vruchten af, ziet Ingrid Aaldijk, teamhoofd Natuur bij Vogelbescherming Nederland en stuurgroepvoorzitter van het programma Wij & Wadvogels. Toch zijn die maatregelen niet genoeg. “De druk op het systeem is enorm. Iedereen wil iets van het Waddengebied.”

Bonte strandlopers (foto Dansen)
Bonte strandlopers (foto Dansen)

“Wij & Wadvogels bouwt voort op het programma ‘Rust voor vogels, ruimte voor mensen’, dat ook al een extra impuls gaf aan vogelbeschermingsmaatregelen in het Waddengebied. Met Vogelbescherming Nederland als penvoerder voeren we Wij & Wadvogels uit in samenwerking met zes andere natuurorganisaties: Het Groninger Landschap, It Fryske Gea, Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Waddenvereniging. Het uitgangspunt: de vogels en de natuur beschermen en tegelijkertijd mensen van het gebied laten genieten. Want als mensen de natuur kunnen beleven, ontstaat ook meer begrip voor de maatregelen die nodig zijn. Het Waddenfonds was een belangrijke katalysator bij de totstandkoming van het programma.”

Ruimte voor vogels én mensen

“Het programma werkt langs drie sporen die elkaar versterken. Het eerste bestaat uit fysieke maatregelen, zoals het aanleggen van broedeilanden en het herinrichten van natuurgebieden. Het tweede richt zich op het tegengaan van menselijke verstoring. Gebieden worden tijdelijk afgesloten, er worden wandelpaden verlegd en kijkschermen geplaatst. Daarnaast leggen we met allerlei communicatiemiddelen uit waarom honden aan de lijn moeten of een deel van het strand tijdens het broedseizoen niet toegankelijk is. De meeste mensen willen best rekening houden met de natuur. Ze weten alleen niet altijd wat dat van ze vraagt.

Het derde spoor richt zich op monitoring en onderzoek. Metingen moeten duidelijk maken wat maatregelen lokaal en uiteindelijk voor populaties opleveren. Ook onderzoeken we kennishiaten, bijvoorbeeld rond de eidereend en de noordse stern, predatiewerende rasters en het gebruik van drones om nesten te tellen zonder broedkolonies te verstoren.”

Natuurlijke dynamiek terugbrengen

“Herstel van de natuur heeft de hoogste prioriteit. En dat ligt gevoelig, want iedereen wil iets van het Waddengebied: recreatie, visserij, mijnbouw, veerdiensten, enzovoort, enzovoort. Daar komen factoren als klimaatverandering en vogelgriep nog bovenop. Het systeem staat zó onder druk dat het natuurlijke evenwicht overschreden is.

Wat het Waddengebied nodig heeft, is het terugbrengen van de natuurlijke dynamiek: grootschalige zoet-zoutovergangen en meer ruimte, zodat het gebied kan meebewegen met klimaatverandering. Dat bereik je niet met projecten alleen. Wel kunnen we kleinschalige pilots uitvoeren en daarvan leren, zodat de kennis klaarligt wanneer de politiek besluit grootschaliger aan natuurherstel te gaan werken.”

Lokale winst

“Lokaal boeken we winst. De tapuiten in de Noordduinen bijvoorbeeld, zijn met nestbescherming zo goed beschermd dat de populatie echt is toegenomen. Op beschermde broedeilanden zien we kluten en strandbroeders toenemen. Op hoogwatervluchtplaatsen is de verstoring afgenomen door zonering en informatie aan bezoekers. Maar die resultaten wegen helaas nog niet op tegen de grootschalige bedreigingen. Vooral de broedvogels zijn de afgelopen twintig jaar achteruitgegaan, en die trend is lastig te doorbreken. De drukfactoren moeten omlaag. We moeten accepteren dat niet overal alles maar moet kunnen.”

Tapuit in Noordduinen (foto Walter Das)
Tapuit in Noordduinen (foto Walter Das)

Durven investeren

“Het Waddenfonds is cruciaal geweest voor de financiering – en is dat nog steeds – en durft bovendien te investeren in grote, meerjarige programma’s en in leren door doen: pilots waarvan vooraf nog niet vaststaat dat ze werken. Daarnaast is het echt een gesprekspartner; het Waddenfonds hielp ook om andere financiers aan boord te krijgen. Voor het hele programma, fase 1 en 2, werd zo in totaal ruim dertig miljoen euro bijeengebracht. Dat lukt alleen als één partij de eerste stap durft te zetten.

Zo’n grootschalig programma versterkt ook de samenwerking. De zeven organisaties wisselen op alle niveaus kennis uit: van bestuurders tot projectleiders en boswachters. Mensen leren elkaar beter kennen en nemen gemakkelijker contact met elkaar op.”

20 jaar investeren in trek- en broedvogels op het Wad

Natuur als basisvoorwaarde

“Er wordt voortdurend gezegd dat natuur en economie in balans moeten komen. Voor belangrijke natuurgebieden zoals het Waddengebied zien wij dat echt anders. Natuur is hier niet een van de vele belangen, maar de basisvoorwaarde voor al het andere: gezondheid, economie, recreatie, landbouw, eigenlijk voor al het leven in en rondom het gebied. We hebben één natuurlijk Werelderfgoed, dus als er één gebied is waar de natuur op één moet staan, is het wel dit. We moeten beseffen dat er geen tweede Waddengebied is.

Ik steek graag de loftrompet over wat het Waddenfonds voor de natuur heeft gerealiseerd en voor de vliegwielrol die het op zich heeft genomen. Tegelijkertijd zijn de doelen van het Waddenfonds voor duurzame economische groei grotendeels behaald, maar die voor de natuur niet. Mijn pleidooi: kijk in het Waddengebied niet naar een fiftyfiftyverdeling, maar naar de impact van de investeringen en naar wat het gebied het hardst nodig heeft.

Vogels zijn een signaalsoort. Gaat het goed met de vogels, dan gaat het goed met de voedselketen als geheel. Gaat het slecht, dan zegt dat iets over het hele ecosysteem. Met het herstel van de vogels herstellen we het hele Waddengebied.”