
“De kunst is om de taart zo te maken
dat er winst is voor iedereen.”
Arjen Bosch over specialisatie, verduurzaming
en de verbinding tussen haveneconomie en natuur.
Duurzame Waddenhavens
Zes havens langs de Waddenkust, aan de rand van een natuurlijk Werelderfgoed. Lange tijd zagen ze elkaar als concurrent en de natuurregels als vijand. Arjen Bosch zag het van dichtbij. Ruim dertig jaar werkte hij aan het Waddengebied: bij LNV, als directeur Water en Scheepvaart van RWS Noord-Nederland en daarna met zijn eigen adviesbureau, onder meer als secretaris van de Raad van Advies Waddenzeehavens. “De kunst is om de taart zo te maken dat er winst is voor iedereen.”
“Als Rijkshavenmeester zat ik regelmatig met de havens aan tafel. Ze zagen elkaar als concurrent en werkten niet vanuit een gezamenlijk perspectief. Wat ze wél deelden, waren gemeenschappelijke vijanden, zoals de natuurwetgeving, de Kaderrichtlijn Water en de Derde Nota Waddenzee van 2007, waarin stond dat de havens moesten specialiseren en verduurzamen.”

Havenspecialisatie
“Vanuit mijn adviesbureau zei ik tegen het ministerie van VROM: ‘Ik weet hoe je havens kunt laten specialiseren: je moet het ze zelf laten bedenken.’ In 2009 kreeg ik de opdracht voor het project Havenspecialisatie. We brachten de havens samen met wetenschappers, gemeenten, provincies, reders en strategen van de havens van Amsterdam en Rotterdam. Later sloot ook de natuurbeschermingssector aan. Onder leiding van Tineke Netelenbos ontstond zo een heel ander gesprek. Als havens onderling zeggen dat een bepaalde ambitie niet realistisch is, krijg je ruzie. Als een reder of econoom in een gesprek onder leiding van een oud-minister van Verkeer en Waterstaat iets uitlegt, wordt er wél geluisterd. Haveneconoom Bart Kuipers was helder: ‘Jullie zijn allemaal kleine havens. Met Rotterdam of Amsterdam kun je niet concurreren op volume. Je moet je specialiseren en in je eigen segment de beste worden.’”
Elke haven haar eigen kracht
“Zo kreeg elke haven een eigen profiel. Den Helder richtte zich op beheer en onderhoud in de offshore, de Eemshaven op energie, Delfzijl op chemie. Harlingen was sterk in de bouw van kleinere schepen en regionale overslag, Den Oever en Lauwersoog waren sterk in visserij. De havengemeenten maakten de samenwerking structureel, en zo ontstond de Raad van Advies Waddenzeehavens. Specialiseren en daarin verduurzamen werd de gezamenlijke koers en zo waren ze nauwelijks meer concurrent van elkaar. De ligging bij het Werelderfgoed werd steeds meer als een plus gezien: als je laat zien hoe havenontwikkeling en natuur hier samengaan, ontwikkel je kennis waarmee je je kunt onderscheiden en die je kunt exporteren.”
Economische groei
“Die koers heeft zich bewezen. De havenmonitor van de Erasmus Universiteit liet zien dat de Waddenzeehavens tot 2012 2% in werkgelegenheid en toegevoegde waarde achterbleven bij de andere Nederlandse zeehavens. In 2012 zie je een trendbreuk; toen werden voor het eerst Waddenfondsprojecten met een economisch karakter gegund. In 2016 groeiden de Waddenzeehavens maar liefst 6% sneller dan de andere havens, en die trend zette zich door.”
Laten zien dat het kan
“Alle havens behaalden in 2016 een EcoPort-certificaat. Om dat te behouden, moet je om de twee jaar nieuwe verduurzamingsprojecten aandragen. Het Waddenfonds stimuleerde de havens. Eerst kwamen de kleinere projecten. Een voorbeeld is het automooringsysteem van TESO, waarbij grote zuignappen de veerboot tegen de kade houden zodat de motoren tussen de afvaarten uit kunnen; het Waddenfonds werd als het ware de buitenboordmotor. De grote klapper was het programma Building with Nature Waddenzeehavens uit 2015, samen met natuurbeschermingsorganisaties: hoe ga je om met slib, broedeilanden, dijken, wisselpolders? Daarna volgde Green Shipping, een programma van zo’n 26 miljoen euro. Het Rijk roept dat de scheepvaart moet vergroenen, en deze programma’s laten zien dat het ook kán.”
Van restrictief naar handelend
“Ook het beleid veranderde. De havens en natuurorganisaties sloten in 2016 het Pact van Marrum. Daarin spraken ze onder meer af de vaargeulen niet verder te verdiepen en havenontwikkeling hand in hand te laten gaan met bescherming van de Waddenzee. De minister heeft de inhoud van het pact in 2019 een-op-een overgenomen. Dat kon omdat de Waddenfondsprojecten lieten zien dat het mogelijk was. Zo ging het beleid van restrictief naar handelend, gedragen door natuurbeschermingsorganisaties én de havens.”
Drie adviezen
“Aan de havens: neem samen met de natuurorganisaties en andere sectoren zelf het heft in handen. Wacht niet op de overheid, maar kom met een offer you can’t refuse, zoals destijds het Pact van Marrum. Aan het Rijk: werk bottom-up. Scheidsrechter spelen werkt verlammend. Neem een voorbeeld aan de Waddenprovincies, die sinds 2012 verantwoordelijk zijn voor het Waddenfonds en via het Investeringskader Waddengebied samen met partijen in het gebied bepalen welke projecten prioriteit krijgen. En aan het Waddenfonds: het Waddengebied heeft enorm veel aan het fonds te danken. Die waarde komt pas tot zijn recht als goede initiatieven ook echt van de grond komen. Daarom is het belangrijk dat ze niet vastlopen op ingewikkelde procedures en lange doorlooptijden. Mijn advies: maak het simpeler. En geef ook ruimte aan innovaties waarvan je het resultaat vooraf nog niet kent.”

Kennis voor andere delta’s
“Zeespiegelstijging en toenemende afzetting van zand en slib in de Waddenzee stellen ons voor nieuwe uitdagingen. Hoe houd je havens bereikbaar zonder het ecosysteem verder te belasten? Verduurzaming gaat niet alleen over minder uitstoot en vervuiling, maar óók over het verbeteren van de ecologie rond je haven. Daarin zit de betekenis van UNESCO-havens: de verantwoordelijkheid voor het Werelderfgoed moet terug te zien zijn in je bedrijfsvoering en je projecten.
Ga door met specialiseren en verduurzamen, inclusief het versterken van de natuur. Overal ter wereld liggen havens in delta’s met vergelijkbare vraagstukken. Als je in de Waddenzee laat zien dat het kan, kun je die kennis ook elders gebruiken. Dat is de kans die het Werelderfgoed ons biedt.”