Jubileum slinger Variant

Expert Kees Terwisscha

“Van losse initiatieven naar één Waddencultuur.”

Kees Terwisscha van Scheltinga over de verbindende kracht van erfgoed

 

Werelderfgoed, cultuurhistorie en landschapsontwikkeling

“Landschap en cultuurhistorie worden vaak gezien als de softe sector, maar in het Waddengebied zijn ze naast de zee juist het economische kapitaal. Het is waarvoor mensen komen,” zegt Kees Terwisscha van Scheltinga, tegenwoordig regiomanager public affairs Noord-Nederland bij de ANWB. Tijdens zijn periode bij Landschapsbeheer Friesland stond hij aan de basis van verschillende projecten die inmiddels niet meer weg te denken zijn uit het Waddengebied.

Waddenwandelen was zijn eerste Waddenfondsproject. Toen hij de voorwaarden voor een aanvraag las, dacht hij: dit is perfect om de eilanden en de gehele Waddenkust met elkaar te verbinden. In 2009 werd de aanvraag gehonoreerd.

Eerste knooppunten voor wandelaars

“We dachten: de beste manier om het Waddengebied écht te leren kennen, is via de vertragende werking van lopen. Destijds was er eigenlijk geen wandelinfrastructuur, zeker niet langs de kust. Voor Waddenwandelen hebben we samen met bewoners, overheden en organisaties bekeken waar de paden moesten liggen. Onder leiding van de stichtingen Landschapsbeheer in de drie provincies introduceerden we met partijen als Wandelnet, ANWB en Falkplan knooppunten voor wandelaars, als eerste in Nederland.

Recreatieschap Marrekrite haakte later aan voor het beheer en onderhoud van het fysieke én digitale wandelnetwerk. Uiteindelijk is hele routesysteem een-op-een overgedragen en opgegaan in Wandelnetwerk Fryslân. Daarna werd het concept overgenomen in Groningen en later ook Drenthe: een mooi voorbeeld van het multipliereffect waar het Waddenfonds op inzet. Ook andere routes, zoals het Ziltepad, bouwen inmiddels voort op het netwerk.”

Bunkers met een verhaal

“Een vergelijkbare slag hebben we gemaakt met de verspreid liggende overblijfselen van de Atlantikwall – weliswaar omstreden oorlogserfgoed, maar het biedt ook een overkoepelend verhaal dat de hele kustlijn en de eilanden verbindt. We hebben het Wadddenfonds daarvan weten te overtuigen, en het heeft succes. Zo is de Tigerstelling op Terschelling inmiddels een van de drukst bezochte publiekstrekkers van het eiland. En het verhaal is nog niet af: op Kornwerderzand wordt gewerkt aan een plan voor een compleet nieuw museum.”

Verbindende verhaallijnen

“In de beginjaren van het Waddenfonds zag je vooral kleine, losse aanvragen: een kerkje hier, iets met zilte teelten daar. Inmiddels zie je steeds meer Waddenbrede programma’s met verbindende verhaallijnen die aansluiten bij de gewenste ontwikkelingen in het gebied met betrekking tot de natuur, de economie en de leefomgeving. Visit Wadden heeft het hele Waddengebied als één bestemming in de etalage gezet. De koppeling met bestemmingsmanagement vanuit de recreatie- en toerismesector vind ik hier heel sterk. Die was er in het begin niet. Voorheen was de gedachte vooral: haal zoveel mogelijk mensen hiernaartoe. Visit Wadden kijkt ook naar wat het gebied kan dragen, waar bewoners bij gebaat zijn en welke bezoekers daarbij passen. Zelfs regeneratief toerisme staat op de agenda, waarbij de toerist een bijdrage levert aan het versterken van de natuur, cultuur en gemeenschap. Dat gaat dus nog een stap verder dan duurzaam toerisme.’

Onverwachte coalities

“Er zijn onverwachte coalities ontstaan. Landschapsorganisaties gingen samenwerken met kerken, restaurants met boeren, en provinciegrenzen werden minder belangrijk. Kijk bijvoorbeeld eens naar een project als ‘Waddengastronomie versterkt Werelderfgoedbeleving’. Vroeger ging niemand speciaal voor het culinaire naar de Wadden. Nu wordt er nauw samengewerkt met het keurmerk Waddengoud, worden jonge koks opgeleid met streekproducten, zijn er de Culinaire Wadden Weken en weten boeren, onderwijsinstellingen, horeca- en recreatieondernemers elkaar steeds beter te vinden. Dat bereik je niet met losse projecten.

Door al die verhaallijnen is er ook meer bewustwording ontstaan over de identiteit van het gebied en de verhaallijnen die kust, eilanden, provincies en bewoners verbinden. Natuurlijk hou je rekening met de verschillen tussen eiland, zee en kust. Maar tegelijkertijd is er steeds meer het besef dat we onderdeel zijn van één Waddencultuur. We ontdekken dat eeuwenoude terpen en wierden, kerkjes, eendenkooien, bunkers, donkerte, het leven met en de strijd tegen het water allemaal dingen zijn die ons met elkaar verbinden.”

Van behoud naar beleving en functioneel gebruik

“We zijn ook anders naar het rode en groene erfgoed gaan kijken. Het gaat niet meer puur om het behouden van dat ene vissershuisje, maar vooral om de vragen: bij welke verhaallijn hoort het? Wat gaan we ermee doen? Hoe gaan we het benutten en welk toeristisch programma koppelen we eraan? Het functionele gebruik staat nu veel meer centraal. Daardoor is het verhaal van de mens en de unieke Waddencultuur zichtbaarder en relevanter geworden. Het Waddenfonds heeft dat mede mogelijk gemaakt. Net als de samenwerking en de netwerken die daaruit zijn ontstaan.”

Drie prioriteiten

“Samen met het Waddenfonds hebben we iets waardevols opgebouwd. Het zou eeuwig zonde zijn als daar een einde aan komt wanneer het fonds stopt en er geen opvolging geregeld is. In mijn optiek zijn er drie prioriteiten voor de toekomst:

  • Zorg voor een financieringsvervolg na het Waddenfonds.
  • Hou de samenwerking vast. Klimaatverandering en demografische druk zetten partijen soms tegenover elkaar: landbouw versus natuur, natuur versus recreatie. Die polarisatie past niet bij het Waddengebied; we moeten er gezamenlijk uitkomen, niet terug naar ‘ieder voor zich’.
  • Kies voor kwaliteit boven kwantiteit. Versterk wat er al is en wat goed werkt. Een goed voorbeeld is het Programma Gastheerschap Waddengebied, als vervolg op Visit Wadden. Dat bouwt voort op een ontwikkeling die echt iets in beweging heeft gezet, en verlegt tegelijk de horizon met de ambitie om van het Waddengebied de meeste duurzame bestemming van Europa te maken.

Uiteindelijk gaat het er niet alleen om wat we hebben opgebouwd, maar ook of we het weten vast te houden. Het kost jaren om een netwerk op te bouwen, maar je hebt maar even nodig om het af te breken.”

20 jaar investeren in Werelderfgoed, cultuurhistorie en landschap