Expert Peter Prins

Zoet water: het goud
voor de kustlandbouw

Peter Prins over toekomstbestendige
kustlandbouw in het Waddengebied.

 

Duurzame landbouw

Het Waddenkustgebied is met zijn kleigronden uitstekend geschikt voor de teelt van pootgoed en andere hoogwaardige akkerbouwgewassen. Het vormt daarmee zelfs de kraamkamer van de aardappelteelt in de wereld. “De kustlandbouw heeft alles mee,” zegt Peter Prins, algemeen directeur van SALTA, het kenniscluster voor verziltingsvraagstukken. “Maar die unieke positie stelt de sector ook voor een groeiende wateruitdaging.”

“Het pootgoed dat hier wordt geteeld, is in de hele wereld supergewild. Dat heeft alles te maken met de grondsoort en de lage druk van ziektes en plagen. Insecten die elders ziektes overbrengen, zijn hier veel minder aanwezig. Daardoor kun je hier ziektevrij uitgangsmateriaal telen dat vervolgens op andere continenten wordt uitgeplant. In verband met de bruinrotbacterie mag pootgoed niet beregend worden met slootwater. Maar pootgoedtelers in het Waddengebied telen in rotatie – één jaar pootgoed, de andere jaren tarwe, suikerbieten of uien. En díé gewassen hebben wél water nodig. Met de toenemende droogte en de afnemende beschikbaarheid van zoet water wordt dat een steeds groter probleem.”


Droogte urgenter dan verzilting

“Door de zeespiegelstijging, droogte en een afnemende aanvoer van zoet rivierwater dringt het zout steeds verder de polders binnen. Het gevolg: verzilting van sloten en de diepere ondergrond. Maar verzilting is een langzaam proces. In de nabije toekomst is de zoetwatervoorziening een veel nijpender vraagstuk. We hebben in het kustgebied te maken met water dat wordt aangevoerd vanuit de Rijn. Omdat die steeds minder gletsjerwater krijgt, neemt de aanvoer van zoet water af en is er hier steeds minder zoet water beschikbaar. Tel daar droogte bij op en het waterprobleem tekent zich scherp af.”

Eigen zoetwaterbel

“Een van de meest innovatieve doorbraken – waarin ook het Waddenfonds heeft geparticipeerd – is de mogelijkheid van ondergrondse zoetwateropslag: volgens het principe van de drinkwaterwinning in het duinengebied kunnen boeren hun eigen regenwater in de winter opvangen en ondergronds opslaan. Zo creëren ze een eigen zoetwaterbel voor droge zomers, vrij van ziektekiemen; ver onder de grond overleeft de bruinrotbacterie namelijk niet. Op verschillende locaties, waaronder op Texel en bij Termunten, zijn hiermee succesvolle pilots uitgevoerd. Ondernemers hebben hier veel interesse in. Het is een kostbare investering, maar het biedt een nieuwe kans voor zekerheid van zoet water.”

Peilgestuurde drainage

“Naast onderwateropslag is er gekeken naar aanpassingen zoals peilgestuurde drainage. Waar traditionele drainage het land ontwatert, zorgt een peilgestuurd systeem ervoor dat je het zoete regenwater langer in je perceel vasthoudt. Boeren telen op een bolle zoetwaterlens die op het zoutere grondwater drijft. Door die lens met slimme drainage dikker te houden, tackel je niet alleen de verzilting, maar vooral ook het toenemende tekort aan zoet water tijdens droogte. Dat is waar boeren nu echt op aanslaan: het vasthouden van zoet water is voor hen veel urgenter dan verzilting van het water.”

20 jaar investeren in verduurzaming landbouw

Zicht op zilt

“Het Waddenfonds heeft in dit soort ontwikkelingen een cruciale rol gespeeld en vooral inzicht in de wateropgave gebracht. Projecten als Spaarwater en Boeren meten water zorgden ervoor dat agrariërs zelf aan de slag gingen met metingen. Zo kom je in gesprek en kun je samen verder. Nu doen we een volgende stap met het project Zicht op zilt, waarvoor het Waddenfonds onlangs een miljoen euro heeft toegekend. De zoutnormen die we nu gebruiken voor de hoeveelheid zout die een gewas kan verdragen, zijn gebaseerd op onderzoek uit de jaren vijftig in de Verenigde Staten. Volledig achterhaald. Wij gaan opnieuw meten, met moderne rassen, op een proeflocatie bij Sexbierum. Zodat een boer straks precies weet: bij dit gewas in dit stadium kan ik dit water met deze kwaliteit en dit zoutgehalte wel of niet gebruiken. Dat is wat we bedoelen met handelingsperspectief.”

Blik op de toekomst

“Als het Waddenfonds straks stopt, moeten partijen als Salta en de veredelaars het stokje overnemen. Het Waddenfonds heeft ons continuïteit geboden, en dat moeten we in de toekomst vasthouden. Dat, samen met kennisoverdracht, handelingsperspectief en slim omgaan met water, is nodig om de landbouwtransitie verder te brengen. Niet het beleid moet leidend zijn, maar de praktijk, en de boer die daarin elke dag zijn keuzes maakt. Als we op die manier samen verder bouwen, kunnen we ervoor zorgen dat de Waddenkust ook de komende honderd jaar een vitaal en veerkrachtig landbouwgebied blijft: een onmisbare basis voor de wereldwijde aardappelproductie én een vruchtbare bodem voor klimaatrobuuste akkerbouw.”