Terug naar het nieuwsoverzicht

“De komende zes jaar is er heel veel te doen”

Het weidse, grote, dynamische Waddengebied. De intense stilte op het drooggevallen Wad. Het fascineert Gerben Huisman, de nieuwe directeur van het Waddenfonds, enorm. Dat het gebied jaarlijks 1,3 miljoen toeristen trekt, intrigeert hem ook. “De grote uitdaging is om de natuur en de economie in evenwicht te houden. Het mooie is dat wij steeds die afweging maken: wat is de impact van economische activiteiten op de natuur. Andersom kan dat ook gelden. We investeren in broedeilanden, maar ook in een onderwatervlieger.”

Enthousiast

Gerben Huisman (42) staat nu twee maanden aan het roer van het Waddenfonds als directeur van de uitvoeringsorganisatie en secretaris van het dagelijks bestuur. Geboren in Maassluis, verhuisde hij op zijn derde naar Hoogezand-Sappemeer. Na zijn studie communicatie in Groningen werkte hij negen jaar bij de provincie Fryslân onder anderen als woordvoerder van gedeputeerde Sietske Poepjes (CDA) en als statengriffier. Tien maanden was hij interim-directeur op het partijbureau van de ChristenUnie in Amersfoort. Maar hij wilde in het noorden blijven. Over het Waddengebied is hij enthousiast. “De weidsheid, de rust. Heerlijk om je hoofd leeg te maken en uit te waaien op de dijk.”

Een belangrijk punt dat dit jaar speelt, is de evaluatie van hoe het Waddenfonds omgaat met subsidies. Die moet uitwijzen welke hoofddoelstelling meer aandacht vraagt. “Als bijvoorbeeld blijkt dat het weghalen van externe bedreigingen achterblijft, moeten we hiermee aan de slag”, vindt Huisman. Als het aan hem ligt wordt er ook serieus gekeken naar mogelijke alternatieven voor de huidige Tenderregeling. “We lopen er nu tegenaan dat we aanvragen (van maximaal 500.000 euro red.) nu niet altijd goed kunnen beoordelen. Het is namelijk nu wettelijk niet toegestaan om de aanvrager na de indiening een nadere toelichting te vragen.” De gedachte achter het verbod is dat een indiener zo bevoordeeld kan worden. Een alternatief zou de “molenaarsregeling” kunnen zijn, die eerder al gold.  Daarbij geldt: wie het eerst komt het eerst maalt. Huisman: “Je kunt dan projecten indienen zolang er geld is. Omdat er geen harde sluitingstermijn is kunnen we indieners dan wel vragen om nadere informatie. Maar we moeten eerst gaan evalueren hoe niet alleen wij, maar ook de indieners en de mensen die worden afgewezen deze regeling ervaren.”

Kerkorgel

De kritiek van het journalistieke onderzoeksplatform Investico (het fonds is een “grabbelton” is waar iedereen een subsidieaanvraag kan doen), vindt Huisman niet terecht. “Provinciale Staten van Fryslân, Groningen en Noord-Holland keurden de huidige subsidiestructuur goed. Er ligt ook een bestuursakkoord met het Rijk als basis onder.” Toegegeven, Huisman vindt de verleende subsidie voor de restauratie van een kerkorgel “een lastige”. “Op het eerste gezicht kun je de link Waddengebied en orgel niet leggen. Maar bij Budget Lokale Innovaties, kijken we of een project belangrijk is voor de lokale gemeenschap en voor de leefbaarheid. De restauratie van een orgel voldoet aan dat criterium. Daar hoef je het niet mee eens te zijn, maar dat is iets anders.”

Huisman ziet zijn nieuwe baan als een grote uitdaging. Het Waddenfonds is er nog tot 2026. Daarna houdt het op te bestaand. ,,De komende zes jaar is er heel veel te doen. We moeten aan de bak om het Waddengebied in die periode blijvend en duurzaam te versterken. Ik wil daar heel graag mijn steentje aan bijdragen.”