Natuur

Het thema Natuur heeft vijf themalijnen:

Waddenzee en het Eems-Dollard estuarium: herstel natuurlijke processen

SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

  • Pilots en/of maatregelen die slib onttrekken aan het systeem en/of die het baggerbezwaar van de havens en vaargeulen verminderen. Dit bij voorkeur in combinatie met maatregelen die de natuurwaarde van de Waddenzee of het daaraan grenzende kustgebied versterken;
  • Pilots en/of maatregelen die gebaseerd zijn op het in ontwikkeling zijnde innovatieprogramma slib van het MIRT-programma en t.z.t de uitkomsten van de evaluatie van de pilot Kleirijperij.

Kijk voor een uitgebreide omschrijving van deze themalijn in het Uitvoeringsprogramma 2017-2026 van het Waddenfonds op pagina 5 t/m 7.

 

 

 

 

Herstel biobouwers en voedselweb

 

SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

  • Maatregelen ter vergroting van het areaal aan biobouwers (bijvoorbeeld ongestoorde natuurlijke mosselbanken, oesters en zeegrasvelden). Voor zeegras: maatregelen die de kennisleemtes opvullen en duidelijk maken wat de sleutelfactoren voor herstel zijn; verdergaande kansrijke herstelmaatregelen worden tot 2020 alleen ondersteund indien ze gebaseerd zijn op uitkomsten van nader onderzoek naar de sleutelfactoren voor herstel
  • Maatregelen die in het areaal voor visserij gesloten gebied (als gevolg van het Viswad-convenant gesloten gebieden in het sublitorale deel van de Waddenzee) zijn gericht op natuurherstel.
  • Maatregelen die het bodemleven herstellen door de aanleg/ontwikkeling van ruwe bodemstructuren.
  • Kavelruil van (kweek- en verwater)percelen die zorgt voor het reduceren van het aantal percelen op ecologisch waardevolle locaties. Maatregelen die de afbraaktijd van biologische afbreekbare structuren voor mosselbankherstel verkorten tot maximaal 2 jaar

Kijk voor een uitgebreide omschrijving van deze themalijn in het Uitvoeringsprogramma 2017-2026 van het Waddenfonds op pagina 5 t/m 7.

Randen van het wad: behoud/herstel en versterking vogelstand van wad, kust en duin

SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

  • Het aanleggen en verbeteren van hoogwatervluchtplaatsen/kwelders, natuurvriendelijke oevers langs dijken en kades (mits die additioneel zijn aan de KRW-doelstellingen daarvoor) het creëren van broedgelegenheid en/of het versterken van de voedselbeschikbaarheid en het verbeteren van milieuomstandigheden voor wad-, kust- en duinvogels om te foerageren, te migreren, te rusten en te broeden.
  • Fysieke maatregelen die leiden tot de aanleg van nieuwe hotspots of tot een betere functievervulling als hotspot voor flyway populaties.
  • Maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan het behoud van rust in het natuurgebied (en tevens zijn gericht op natuurbeleving en -educatie) kunnen subsidiabel zijn als deze onderdeel uitmaken van een natuurontwikkelingsproject. Voor dergelijke maatregelen (die niet fysiek ingrijpen op de natuurontwikkeling, maar gericht zijn op recreatie, educatie en communicatie) gelden afzonderlijke subsidiepercentages.

Kijk voor een uitgebreide omschrijving van deze themalijn in het Uitvoeringsprogramma 2017-2026 van het Waddenfonds op pagina 8 t/m 9.

Verbetering migratie waterfauna (vispassages)

SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

  • Fysieke maatregelen die de ‘swimway’-functie van de Waddenzee voor trekvissen verbeteren;
  • De aanleg van vispassages en het treffen van andere maatregelen ter verbetering van de paai-, opgroei- en migratiemogelijkheden voor vissen en andere waterfauna (die in hun levenscyclus hiervan afhankelijk zijn) en bijdragen aan de biodiversiteit van de Waddenzee;
  • De realisering van geleidelijke zoet-zoutovergangen op de genoemde locaties met waar relevant als onderdeel daarvan realisatie van (binnendijkse) brakwatergebieden en/of de realisering van vogeleilanden of hoogwatervluchtplaatsen voor visetende vogels in samenhang hiermee;
  • Monitoring van effectiviteit vispassages en/of andere maatregelen gericht op paai-, doortrek- en opgroeigebieden.

Kijk voor een uitgebreide omschrijving van deze themalijn in het Uitvoeringsprogramma 2017-2026 van het Waddenfonds op pagina 10.

Vooroevers bij dijkversterking (zachte dijken, wisselpolders als intergetijdezones, rijke dijken, stuifduinen, washovers)

SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN​

  • Maatregelen ter versterking van de ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden die bijdragen aan de kustveiligheid en aan versterking van de kustverdediging en daarmee tevens aan de versterking van de economische kwaliteiten van de Waddenkust.
  • Maatregelen die zorgen voor vernatuurlijking / verzachting van overgangen zoals de overgangen tussen land en zee, tussen landbouw en natuur e.d. en die natuurvriendelijke vormen van dijkversterking realiseren die verder gaan dan de KRW en/of Natura2000 doelstellingen.
  • Maatregelen die invulling geven aan meer dynamiek in het kust- en waterbeheer in duingebieden op de Waddeneilanden (bijvoorbeeld door ontwikkeling van stuifdijken/ stuifduinen, kerven in de dijk en/of ‘washovers’).
  • Maatregelen die ertoe bijdragen dat maatschappelijke sectoren en in het bijzonder de landbouw zich aanpast aan de toenemende verzilting.

Kijk voor een uitgebreide omschrijving van deze themalijn in het Uitvoeringsprogramma 2017-2026 van het Waddenfonds op pagina 11.